
Leven in Brussel
LevenskostWat huisvesting en tewerkstelling betreft, blijft Brussel één van de goedkoopste hoofdsteden ter wereld. Dat is de conclusie van de Enquête van Mercer 2007 over de levenskost, die een winkelmand met goederen en diensten in 30 Europese hoofdsteden vergeleek. Transport, voeding en andere artikelen blijken steevast goedkoper in Brussel dan in andere grote Europese zakencentra. De gemiddelde woonprijs van een huis of appartement in Brussel is één van de laagste van alle grote Europese hoofdsteden. Openbaar vervoerBrussel beschikt over een modern en efficiënt openbaar vervoersnetwerk dat alle belangrijke bestemmingen van de stad aandoet. In vergelijking met andere Europese hoofdsteden is het openbaar vervoer veilig en betaalbaar. De Maatschappij voor het Intercommunaal Vervoer te Brussel (MIVB) stelt over het volledige netwerk bussen, metro’s en trams ter beschikking van het Brusselse gewest, en dit tussen 5.30u en 00.30u en naargelang de bestemming. Het centrum is bovengronds goed bereikbaar met de tram en ondergronds met de metro. De andere gemeentes worden vooral bediend door een netwerk van bussen en trams. Er bestaat ook een nachtelijk busnetwerk. Elk weekend, en tot 3 u ’s morgens, doorkruisen 20 buslijnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Op vrijdag- en zaterdagavond brengt een nachtelijk busnetwerk u van 0.20 u tot 3 u ‘s morgens veilig terug thuis. Dankzij een treinnetwerk kunt u Brussel snel bereiken vanuit de rand ten noorden en ten zuiden van de stad. Redenen genoeg dus om niet met de auto in Brussel te gaan werken. In vergelijking met andere grote Europese steden rijdt het verkeer vlot in Brussel. Het Brusselse wegennetwerk is ongeveer 2000 km lang. GezondheidssysteemVolgens een studie uit 2005 waarin de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) 12 Europese landen vergeleek, bezet België de 4de plaats in de volgende domeinen: rechten van en informatie aan patiënten, wachttijd voor gewone behandelingen, resultaten van de zorgen, houding t.o.v. patiënten en toegang tot geneesmiddelen. De kwaliteit van de zorgen is uitstekend en het gezondheidssysteem modern en efficiënt. Voor een bevolking van ongeveer 10 miljoen inwoners telt men 380 door het ministerie van Volksgezondheid erkende ziekenhuizen, met een totale capaciteit van meer dan 80.000 bedden (39% in de openbare sector en 61% in de privésector). Meer dan 30.000 artsen beoefenen hun activiteit in België. De meeste ziekenhuizen beschikken over personeel dat Engels kan spreken. Bovendien zijn de dokters en specialisten voorbereid op de behandeling van patiënten in de meeste Europese talen. De hoofdstad telt 30 private en openbare ziekenhuizen, waaronder 3 universitaire: de Cliniques Universitaires Erasme (ULB), het AZ-VUB Jette (VUB) en de Cliniques Universitaires St-Luc. Deze centra zijn alle zeer goed uitgerust en kunnen elk medisch probleem het hoofd bieden. Voor meer informatie over de ziekenhuizen kunt u terecht op www.hospitals.be. De ziekteverzekering is verplicht in België, en dat zowel voor werknemers als zelfstandigen. De sociale bijdragen die werknemers betalen, worden aan de bron afgehouden en dus rechtstreeks van het loon afgenomen door de werkgever. Zelfstandigen betalen uit eigen beweging een bijdrage aan de socialezekerheidskas. Werknemers moeten zich ook aansluiten bij een ziekenfonds, die alle of een deel van hun medische kosten terugbetaalt. Het kan dan gaan om een bezoek aan de huisarts, tandartskosten, ziekenhuisopnames, chirurgische ingrepen, bevallingskosten enz. Op het moment van de behandeling betaalt u de arts, die u vervolgens een formulier geeft dat u afgeeft aan het ziekenfonds om zo een gedeeltelijke terugbetaling van de kosten te krijgen. Hoewel de erelonen van artsen kunnen verschillen, is de terugbetaling voor elk type van prestatie gereglementeerd en vastgelegd. Cultuur en onderwijs
Brussel telt meer dan honderd musea die hommage brengen aan deze historische en culturele rijkheid. Sommige daarvan zijn internationaal erkende culturele centra. Veel van die musea werden opgericht in de tweede helft van de 19de eeuw en het begin van de 20ste eeuw, toen de architecturale ontwikkeling van de hoofdstad een hoogtepunt kende. De gebouwen die deze musea herbergen zijn volgens sommigen van een adembenemende schoonheid. Als u van theater houdt, biedt Brussel u een uniek en eclectisch scala van opvoeringen, waaronder ook shows in het Engels en in andere talen. De 30 grote schouwburgen van de stad stellen voortdurend een uitzonderlijke diversiteit van vertoningen voor, gaande van klassiek tot muzikale komedies, over moderne en avant-gardistische stukken. Ook de muziek is in Brussel alomtegenwoordig, met een lijst van concerten en evenementen die elk jaar langer wordt. Klassieke muziek en opera spelen de hoofdrol in de Koninklijke Muntschouwburg, die ook de internationale Koningin Elisabethwedstrijd verwelkomt. De internationale orkesten kunnen regelmatig op het podium van het Paleis voor Schone Kunsten worden aangetroffen. U vindt de agenda van culturele evenementen op de website van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering en op www.brusselslife.be . Wat onderwijs betreft zijn de Belgen bijzonder trots op hun pedagogische systeem. Dat ligt niet alleen aan de kwaliteit van het onderwijs, maar ook aan de vele mogelijkheden die ouders en studenten worden geboden. Van de kleuterklas tot de universiteit biedt Brussel u een overvloedige keuze aan uitstekende plaatselijke scholen en universiteiten, maar ook Europese en internationale scholen. Alle scholen in Brussel verschaffen Nederlandstalig of Franstalig onderwijs (de twee officiële talen van het Gewest) en brengen een basiskennis van de andere taal bij. Brussel telt drie prestigieuze universiteiten, namelijk de Nederlandstalige Vrije Universiteit Brussel (VUB), die derdecyclusopleidingen in het Engels aanbiedt, de Franstalige Université Libre de Bruxelles (ULB) en de Université Catholique de Louvain-la-Neuve (UCL), die faam geniet met haar geneeskundefaculteit. België beschikt trouwens over een twintigtal internationale scholen, waaronder drie Europese scholen die in de hoofdstad zijn gevestigd. De internationale scholen bieden onderwijs dat is gebaseerd op de Engelse, Britse, Franse, Nederlandse, Duitse, Scandinavische of Japanse normen. In de Europese scholen verlopen de lessen in de moedertaal van het kind en in een andere taal die in de lagere school wordt geïntroduceerd. Een tweede vreemde taal wordt aangeleerd vanaf het tweede jaar van het secundaire onderwijs. Vanaf het vierde jaar kunnen daar twee extra talen aan worden toegevoegd. Die scholen richten zich hoofdzakelijk tot kinderen van EU-ambtenaren en beslaan alle niveaus, van de kleuterklas tot de licenties. |
|